Wanneer moet je een pup en moederhond bijvoeren?

Redenen wanneer bijvoeren

  • Als de moeder ziek of overleden is, dan moet je een pup bijvoeren. De pups moeten worden gevoerd met puppymelk. In sommige andere gevallen kan het soms lastig zijn om te bepalen wanneer je nou moet bijvoeren.
  • Tekenen van ondervoeding zijn constant piepen of huilen, onrustig gedrag of juist heel apathisch. Ondervoede pups hebben vaak een invallende buik bij de heupen en zien er gewoonweg ongezond uit. Bijvoeren van de pup is dan belangrijk.
  • Het kan voorkomen dat een teef geen of weinig melk produceert. In dat geval zal er bijvoeding gegeven moeten worden. Indien er twijfel is of de teef melk produceert of dit voldoende doet, kun je het beste contact met de dierenarts opnemen.
  • Pups die 10% of meer van hun gewicht verliezen hebben een grote kans om te sterven. Zo’n puppy moet dus zeker worden bijgevoerd. Gemiddeld moet een pup tussen de 8 en 10 dagen zijn geboortegewicht verdubbelen. Met 17 dagen is het gewicht verdrievoudigd en na 24 dagen verviervoudigd ten opzichte van het geboortegewicht.

Wanneer moet je een pup bijvoeren? Gewicht is een belangrijke factor.

De belangrijkste factor bij wanneer moet je een pup bijvoeren, is het gewicht. Gezonde puppy’s komen elke dag aan in gewicht. Daarom is het belangrijk om de puppy’s meteen na de geboorte te wegen en na 12 uur opnieuw. Het gewicht mag niet minder zijn dan het geboortegewicht. Na 24 uur moeten de pups ongeveer 10% in gewicht zijn toegenomen. Is dit niet het geval, dan moeten ze worden bijgevoerd met puppymelk.

Gezonde pups die goede melk van hun moeder krijgen, zullen enthousiast zuigen aan hun moeders tepels, goed slapen en hebben ronde lichaamsvormen.

De puppymelk wordt in 2 hoeveelheden aangeboden 450 gram en 2,7 kg.