Groeischema puppy

Groeiverloop puppy

Een gezond geboortegewicht ligt tussen de 1% (groot ras) en 6,4% (klein ras) van het lichaamsgewicht van de moeder. Aan de hand van het geboortegewicht kun je het groeischema puppy bepalen.

Een nuttige richtlijn bestaat uit het optellen van het geboortegewicht van alle pups in het nestje. Dit gewicht dient in totaal 12-14% van het lichaamsgewicht van de moeder te bedragen. De kleinste pups behoeven dan extra aandacht.

Voorbeeld Labrador Retriever die 30 kg weegt met 6 pups. Labrador is niet echt een groot ras maar duidelijk ook geen klein ras.

  • Een pup moet dan meer dan 1 % wegen (= 300 gram wegen). 2% is 600 gram.
  • 12 tot 14% van 30 kg is 3600 gr en 14% is 4200 gram. Bij 6 pups is dat dan 600 tot 700 gram.

Geboortegewicht in weken

  • 1e week neemt het lichaamsgewicht met 5 tot 10 % af.
  • 2e week neemt het gewicht weer met 6% per dag toe.
  • 3e week neemt het gewicht met 4% per dag toe.
  • 4e week neemt het gewicht met 3,5% per dag toe.
  • 5e week tot en met week 9 neemt het gewicht 2 gr per kg volwassen gewicht toe.

Dus het gewicht van een pup van de Labrador van 30 kg neemt in die periode 30 x 2 gram = 60 gram per week toe. Als het goed is, verdubbelt het geboortegewicht van de pup zich in de eerste 7 à 10 dagen.

Pups ouder dan 15 dagen

Leer de pups van een plat bakje te drinken door ze eerst wat melk van uw (schone) vinger te laten likken en vervolgens jouw vinger in de bak te brengen. Voer kleine porties per keer. Herhaal dit 4 – 5 keer per dag, maar verstrek in elke geval ’s morgens vroeg en ’s avonds laat een hoeveelheid melk. Neem restanten melk weg en maak het bakje steeds goed schoon. Beging vanaf ca. 3,5 week met het verstrekken van hondenbrokken (eventueel ingeweekt). Daarna wordt de melkgift geleidelijk verminderd en vervangen door water. Stop op 40 dagen met het verstrekken van melk en geef uitsluitend 4 – 5 kleine porties hondenvoer met daarnaast onbeperkt fris drinkwater.

Tips voor betrouwbaar gewichtsverloop

Hoe controleer je of de pups voldoende melk opnemen? Het is verstandig en zinvol om de melkopname per pup in de gaten te houden. Bij verminderde melkopname moet je rekening houden met problemen of de pup krijgt te weinig of de pup drinkt te weinig. Check goed.
Voor het volgen van een betrouwbaar gewichtsverloop is het noodzakelijk om met een aantal zaken rekening te houden:

  • Weeg elke dag rond hetzelfde tijdstip;
  • Gebruik een nauwkeurige weegschaal die tot op de gram nauwkeurig weegt;
  • Bereken de gemiddelde wekelijkse gewichtstoename. Deze is meer accuraat dan de dagelijkse metingen;
  • Na het zogen dient een pup rustig te slapen;
  • Een pup moet na het zogen een goed gevuld buikje hebben;
  • Langdurig piepen en onrust kan op honger duiden;
  • Weeg de pup voor en na het zogen om te weten hoeveel het gedronken heeft.
  • Gemiddeld komt een pup 10% van het lichaamsgewicht aan per dag. Hoeveel is niet het belangrijkste, iedere gram is er één. Als ze maar aankomen!
    De eerste of tweede dag vallen de pups iets af. Dit kan geen kwaad zolang het de derde dag maar aankomt. Zo niet, neem dan contact op met jouw dierenarts.

Lichaamstemperatuur pup

Bij een goede start hoort een goed afgestemd klimaat. Pups moeten altijd warm, droog en tochtvrij liggen. De lichaamstemperatuur van de pasgeboren pup is 35,5 °C. De kans op onderkoeling is bij pups heel groot. De temperatuur van het nest verhogen kan het beste met een warmtelamp die boven het nest wordt gehangen.
In de directe omgeving van de pups dient de temperatuur tussen de 29 en 32 °C te zijn. Rondom het nest dient de temperatuur 24 tot 27  °C te zijn. Deze temperatuur moet dalen tot 23 °C in week 4. Meten met een thermometer is zinvol. Bij deze temperatuur is een luchtvochtigheid van 55-65% optimaal voor de pasgeboren pups.

Voor moederloze pups is temperatuurverloop in het “nest” van belang:

  • 1e week – 29 – 32 °C ;
  • 2e week – 26 – 29°C ;
  • 3e week – 23 – 26 ;°C;
  • 4e week – ca. 23°C .

Een warmtedeken of warmtelamp kan hierbij goede diensten bewijzen. Een thermometer op pup hoogte geeft uitsluitsel over de juiste temperatuur.

Controle van de ontlasting

Naast de controle van de melkopname moeten er meer zaken rondom de moeder en pup in de gaten gehouden worden.
Tot de leeftijd van 16 tot 21 dagen zijn pups niet in staat zelf te ontlasten of urineren. Daarvoor dienen zij door de moeder gestimuleerd te worden. Hiermee dient rekening gehouden te worden als de pups met de hand groot gebracht worden. In dat geval kan met een warm vochtig watje na een voedingsbeurt de buik en de anus van de pup zachtjes gemasseerd worden.
Diarree komt bij pups geregeld voor en kan verschillende oorzaken hebben. Omdat pups ten gevolge van diarree snel uitgedroogd kunnen raken dient diarree bij pups, ongeacht de oorzaak, altijd behandeld te worden.